DE SMAKELOZE STRATEN |
CARNAVAL DER ZIELEN |
| De smakeloze straten waar je net nog wandelde heb je nodig om deze schoonheid te waarderen en een goed oog, goed hart en een goede hand om ze te schilderen. Zonder hetgeen we verafschuwen zijn wij geen toeschouwers meer. Zonder contrast vinden we niet wat ons roert en zijn wij dan enkel nog mensen in het voortdurend voorbijgaan. Siel Verhanneman | Wat heel eenvoudig is, de liefde heeft jou nodig, en jij knikt. Wat heel gek is, het leven kan niet zonder jou, en vice versa. Wat heel logisch is, de natuur werkt in golven. Als het donker is, wordt het licht. Wat heel mooi is, de zorg zorgt ervoor. Jan Lauwereyns |
—— | —— |
| stilzwijgend rijden we de autosnelweg op “probeer om te keren”, zegt de stem klaarblijkelijk ligt schreeuwen niet in de aard van navigatietoestellen en ik wou dat het bij iedereen, overal zo was Julie Beirens | En plots was het donker. Het lijkt voor altijd maar het gaat voorbij. Het geheim is: blijven zoeken naar dingen die licht geven, ik en jij. Evangeline Agape |
ZOMERNACHT |
KIJKEN NAAR KOFFIE DIE DOORLOOPT |
| Doe nu eens even die gedachten dicht van je. Denk nu eens beter niet na over morgen. Kijk niet steeds weer die bosrand van gisteren na, bramenplukker die je bent zoals vroeger maar nu. Maak even geen onderscheid tussen een wie en hoezo en de kans op anders. Doe in je hoofd uit de lamp, hoor wat er is, ademt en ritselt, kwaakt in de kikkers. Leef met je lichaam van nachtwind de koelte. Geeuw je een gat in het hart en proef het zo rood als sap van bramen, wees langzaam door vogels gezongen het wordende licht. C.O. Jellema Uit: Stemtest, 2003 | Kijken naar koffie die doorloopt maakt dat genoemde koffie trager doorloopt en lekkerder wordt. Zo ongeveer gaat het ook met andere zaken. Ik kijk naar je, ik kijk naar mij, dat is iets heel anders. Overal zijn in schitterende werking intrigerende processen, erop gericht ons te ontroeren. Mark Boog |
—— | —— |
| We komen elkaar halverwege tegen. We geven elkaar een halve handdruk: jij de hand en ik de druk. Een halve knipoog: jij de knip en ik het oog. Een halve glimlach: jij de glim en ik de lach. We komen elkaar tegen en stilletjesaan gaan we elkaar beter verstaan. Rian Visser | We denken soms dat we sterk zijn met onze botten vol merg en onze gewrichten goed in elkaar gezet maar we zijn kleiner dan insecten op een hand kwetsbaarder nog want we missen een dekschild en onze huid ademt en opent die onafschudbare zachtheid Elfie Tromp |
KORT | VREDE |
| Niet langer dan een ademtocht, lang is dat niet, kijk maar, ik deed het weer, zo lang al hou ik van je, en dan niet zomaar even, nee, de hele tijd als nu, en nu, en verder nog, denk ik, mijn hele leven. Bart Moeyaert | Komt een duif van honderd pond, een olijfboom in zijn klauwen, bij mijn oren met zijn mond vol van koren zoete vrouwen, vol van kirrende verhalen hoe de oorlog is verdwenen en herhaalt ze honderd malen: alle malen zal ik wenen. […] Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen. Leo Vroman |
VOORZICHTIG | —— |
| voorzichtig heb ik de gevangen vogel uit de strik verlost ik laat hem vliegen hij geeft mij vleugels Willem Hussem | Verzet begint niet met grote woorden maar met kleine daden zoals storm met zacht geritsel in de tuin of de kat die de kolder in zijn kop krijgt zoals brede rivieren met een kleine bron verscholen in het woud zoals een vuurzee met dezelfde lucifer die een sigaret aansteekt zoals liefde met een blik een aanraking iets dat je opvalt in een stem jezelf een vraag stellen daarmee begint verzet en dan die vraag aan een ander stellen Remco Campert |
DE ZACHTE KRACHTEN ZULLEN ZEKER WINNEN | DE VREDE |
| De zachte krachten zullen zeker winnen in ’t eind – dit hoor ik als een innig fluistren in mij: zo ’t zweeg zou alle licht verduistren alle warmte zou verstarren van binnen. De machten die de liefde nog omkluistren zal zij, allengs voortschrijdend, overwinnen, dan kan de grote zaligheid beginnen die w’als onze harten aandachtig luistren in alle tederheden ruisen horen als in kleine schelpen de grote zee. Liefde is de zin van ’t leven der planeten, en mense’ en diere’. Er is niets wat kan storen ’t stijgen tot haar. Dit is het zeekre weten: naar volmaakte Liefde stijgt alles mee. Henriëtte Roland Holst-van der Schalk | Kijk, daar gaat de vrede. Iedereen springt op. Waar? Daar! In die blauwe jas! Ze drukken hun neus tegen het raam, l eunen op elkaars schouders. Hij is heel klein. Ze hebben hem nog nooit gezien. Ze roepen: vrede! vrede! Hij hoort hen niet, verdwijnt uit hun gezicht. Ze voelen hun hart bonzen en gaan weer naar binnen, grijpen elkaar beet en aarzelen. Moeten ze elkaar doodslaan of moeten ze elkaar kussen? Wat moeten ze doen? Jij mag het zeggen, fluisteren ze. Nee, jij. Nee, jij! Jij!! Toon Tellegen |
BARREVOETS | ONTFERMING |
| Barrevoets Zo zal ik komen Barrevoets Kom ik voor je staan Barrevoets wil ik naar je luisteren Barrevoets kijk ik ja aan Mag ik barrevoets Verschijnen Mag ik je barrevoets Verstaan Mag ik zo jouw grond Betreden Stap voor stap Naar binnen gaan Mijn schoeisel Laat ik buiten staan Boudewijn Betzema | Denk niet dat zachtheid Aangewaaid Vanzelf of uit de hemel Misschien wordt zachtheid Wel gebaard Uit pijn en uit vernedering Het zachte van Zachtmoedigheid Dat groeiend doorvoelen Wat gewond Of eenzaam weten Dat ook jij Als ieder ander Naar ruimte ruimte ruimte Om te zijn Ik mij open om jou In zachtheid Wij Eindelijk Boudewijn Betzema |
JIJ DAAR IN HET DONKER | ZACHT |
| Jij daar in het donker Jij daar in de nacht Jij die naar de hemel kijkt En op een wonder wacht Jij daar in het doolhof En jij die wordt vergeten Jij die naar het licht zoekt En de keten wilt doorbreken Jij denkt niet alleen Jij droomt niet alleen Jij staat niet alleen Want wij staan aan jouw kant Jij daar die blijft vechten Tegen de molens in de wind Die blijft geloven in de liefde Tegen elke stroming in Jij bent niet alleen Jij droomt niet alleen Jij staat niet alleen Want wij staan aan jouw kant Stef Bos | Laten we zacht zijn In een wereld die vaak hard is In een leven dat soms zeer doet Oorlog Verlies Ziekte Eenzaamheid Verlangen Rouw Gemis Laten we zacht zijn voor elkaar Vrienden Buren Familie Vreemden Dieren Bomen Een voorbijganger En ook wie we denken dat onze vijand is Waarom zou iemand vijand zijn We zijn allemaal druppels in een oceaan Verbonden Eén Dus laten we zacht zijn voor elkaar Dan vloeit liefde in alle harten Vloeit er vrede in alle gedachten Stel je voor Dat we allemaal zacht zijn voor elkaar Ja Laten we zacht zijn Gabriëla Mommers |
ONDERWEGWOORDEN | ZACHTE VACHT |
| wandel en oefen de woorden deken – donsdek – sprei spreek hardop flat – villa – hutje op de hei roep joelend broek – jas – pet fluister stil stoel – bank – bed zeg zacht zon – ster – maan zing luid lopen – stappen – gaan flat – villa – hutje op de hei waar komen we straks aan? slapen we onder een deken – donsdek – sprei? wandel met de woorden in je hoofd en in je benen oorlog – vrede – vrij Margriet van Bebber | Ik kan mij beschermen tegen scherp zonlicht kou of de wind als een mes haastige mensen botsen met boodschappentassen tegen mijn verpakte lijf ik draag mijn omhulsel als de aaibare vacht van een blijmoedig dier mijn ogen kijken verder dan kwetsende woorden uit kletsende monden ik zal de eindstreep halen weet ik, geen wedstrijd is het, nee het is een reis. Ineke Holzhaus |
DE HERBERG | —— |
| Mens-zijn is een herberg Elke ochtend verschijnt er een nieuwe gast Een vreugde, een depressie, een gemenerik, een flits van inzicht komt Als een onverwachte bezoeker Verwelkom ze allemaal en onthaal ze gastvrij! Zelfs als het een hoop zorgen zijn Die op gewelddadige wijze al het meubilair in je huis slopen Behandel dan nog steeds elke gast met respect. Hij ruimt misschien wel bij je op Voor een nieuwe verrukking De sombere gedachte, de schaamte, het venijn Ontmoet ze met een glimlach bij de deur En vraag of ze binnen willen komen Wees dankbaar voor wie er komt Want ieder van hen is gestuurd Als een gids uit het onbekende. Rumi | Laten we een beetje zachter zijn, een vleugje compassie, net wat liever Want we zijn al zo hard, zo onvergevend, en streng, naar onszelf, en de wereld om ons heen. Naar hen die fouten maken, en de fouten die we zelf maken, naar hen die het niet weten en wij die doen alsof we alle oplossingen hebben. Dus laten we wat zachter zijn, een extra vleugje compassie, Net ietsie pietsie liever. Joris Vincken |
—— | OM DE HOEK |
| Het is niet je licht dat ik wil ontmoeten, maar je diepste rauwe donker. Daar waar je echt bent, zonder verhalen, zonder succes, zonder spirituele wijsheid. De aarde die je niet alleen draagt, maar in elke vezel van je stroomt, die je botten gelijktijdig krachtig en oneindig breekbaar maakt. Ik wil je voelen, zonder dat er ook Maar iets opgelost, geheeld of begrepen hoeft te worden. Zo dichtbij dat het mijn adem ontneemt. Waar woorden niets meer betekenen, oplossingen onzinnige verzinsels zijn, en elk gedicht niets dan nonsens is. Niet je verzonnen licht wil ik ontmoeten, maar je adembenemende pure zijn. Joris Vincken | Het mag een naam hebben: dat we gebeuren dat we steeds maar weer voortgaan, over zand over stenen, door frisse lucht of dikke stroop Het mag een naam hebben dat we er zijn, dat we hier lopen, o zeker, aan alles komt een einde maar we plukken vruchten, we mogen hopen Langzaam of snel stromen we toe, eindelijk ja we komen er wel, al weten we niet waar, maar het ligt ergens daar, vlak voor ons of achter de rug En iedereen is er, als steun of als last en toch gaan we samen, er is geen weg terug omdat er een wil is, ach dat heeft vast een naam Maar hoe heet dat, hoe wijs je dat aan? Jaap Lemereis |
ZULLEN WE | WELKOM |
| Zullen we waterbekkens graven, halve manen in ons hart. Duizendvoudig uit ons wezen scheppend. Dat we samen tranen vangen voor wat troost in dorre grond. Zullen we ook de lampen doven dat we sterren kunnen zien. Angst uitbannen voor het donker in ons. Dat we sterrenstralen vangen voor wat licht in onze ziel. Zullen we in ogen zoeken naar de schoonheid van ons zijn. In die stilte het besef van mens zijn. Zodat eindelijk zal gebeuren: Jij bent als ik. Ik heb je lief. Boudewiin Betzema | Je komt en gaat en laat een spoor van je gelaat op mijn netvlies achter. Je gaat en komt en laat de woorden uit je mond in mijn oren achter. Je bent en spreekt en laat wat jouw hart breekt Zo maar bij mij achter. Je zwijgt en wacht en laat wat je niet zeggen kunt veilig bij mij achter. Kom maar terug ik wacht mijn hart is zacht om jou bewogen. Henk Jongerius |
SAMEN, JUIST NU | —— |
| In dagen waarin stilte soms harder klinkt dan woorden, zoeken we naar handen die de onze willen vinden. We wankelen, struikelen over zorgen die niemand hardop durft te zeggen, maar allemaal voelen we de scherpe randen van alleen. Toch is daar licht — een kleine gloed die groeit wanneer één iemand zegt: “Kom, we doen dit samen.” En in dat zachte, simpele gebaar breekt iets open. Liefde hoeft niet groots te zijn. Ze leeft in blikken die blijven hangen, in een stem die vraagt hoe het met je is en het antwoord écht wil horen. Ze straalt in elke stap die we voor elkaar zetten. En hoop… hoop is dat sprankje dat overblijft als alles even stilvalt. Het is de warmte die terugkeert wanneer we elkaar weer zien, en weten: we zijn niet gemaakt om alleen te dragen. Dus laten we elkaar vinden, in woorden, in stilte, in een glimlach die zegt: “Je hoeft het niet alleen te doen.” Want juist nu, nu het niet vanzelf spreekt, kunnen wij het verschil zijn voor elkaar. Samen. Juist nu. Met licht. Met liefde. Met hoop. Jan van der Meer |
